De keerzijde van reanimeren. Niet meer bij bewustzijn na hartstilstand
Senders, K., Lavrijsen, J., & van Erp, W.
1 april 2021Samenvatting
Achtergrond en doel
Een deel van de mensen die een hartstilstand overleeft, houdt daarbij postanoxische hersenschade over. In het ernstigste geval is sprake van een niet-responsief waaksyndroom (NWS). Patiënten met dit beeld kunnen jaren overleven, veelal met intensieve zorg in verpleeghuizen. Er is echter weinig aandacht voor en nauwelijks onderzoek gedaan naar NWS als uitkomst van reanimatie. Dit onderzoek beschrijft onder andere zorgkenmerken, reanimatiekarakteristieken en het beloop bij deze patiënten, om zo bij te dragen aan een completer beeld van mogelijke reanimatie uitkomsten.
Methode
Uit data van een bestaand NWS-cohort van 31 patiënten werden gegevens geanalyseerd over patiënten in NWS na een reanimatie, zoals bewustzijnsniveau, overlijden, complicaties, behandeldoelen en de aanwezigheid van sondes en tracheostoma’s. Reanimatiekarakteristieken (zoals plaats, tijdstip en duur) werden verkregen via vragenlijsten aan de behandelend arts.
Resultaten
Er werden tien patiënten geïncludeerd, met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar. Alle reanimaties vonden plaats buiten het ziekenhuis. De patiënten werden in het cohort gemiddeld één jaar en vier maanden gevolgd. Complicaties kwamen bij iedereen voor, met name
pneumonieën, maar ook brandwonden. Bij inclusie hadden zeven patiënten een curatief behandelbeleid, waarbij in drie gevallen ook ‘wel reanimeren’ was afgesproken. Niemand kwam bij bewustzijn. Zeven patiënten overleden gedurende het onderzoek, waarvan één thuis. De overleving na reanimatie varieerde tussen vier maanden en 33 jaar.
Beschouwing
Patiënten die na een hartstilstand in NWS verkeren, kunnen in een verpleeghuis tot decennia overleven. De zorg die deze patiënten krijgen is intensief en het beloop toont veelvuldige en bijzondere complicaties. Door ontbrekende gegevens zijn nauwelijks uitspraken te doen over 10 reanimatiekarakteristieken. Bewustwording en meer kennis van deze uitkomst van reanimeren onder artsen en leken kan in de toekomst bijdragen aan een betere besluitvorming over wel of niet reanimeren. Daarvoor worden enkele aanbevelingen gedaan.